IP/09/642 Brussel, 27 april 2009Rapport-Barca: Commissaris Danuta Hübner en Fabrizio Barca presenteren hervormingsvoorstellen voor cohesiebeleid EUDanuta Hübner, Europees commissaris voor regionaal beleid, en Fabrizio Barca, directeur-generaal bij het Italiaanse ministerie van Financiën en Economie, presenteren vandaag de bevindingen van het "Barca Report - an agenda for a reformed Cohesion Policy". In het rapport, dat op verzoek van de commissaris is opgesteld, worden de redenen voor een Europees cohesiebeleid uiteengezet en worden aanbevelingen gedaan voor een ingrijpende hervorming op basis van tien “pijlers”. Dr. Barca heeft zijn voorstellen geheel onafhankelijk van de Commissie ontwikkeld aan de hand van een reeks bijeenkomsten met wetenschappers en ambtenaren van de lidstaten in de loop van 2008. Het rapport maakt deel uit van een uitgebreide reflectie over de toekomst van het beleid na 2013, die in 2007 begon met het vierde verslag over de economische en sociale cohesie. Commissaris Hübner zegt hierover: “Het rapport-Barca bevestigt dat het cohesiebeleid een centrale pijler van het Europese integratieproces is. Erkend wordt dat alle regio’s in staat moeten zijn hun economische ontwikkelingsmogelijkheden te benutten en dat alle burgers, waar zij ook wonen, van het beleid moeten profiteren. Het rapport bevestigt dat de hervormingen die wij de afgelopen jaren al hebben doorgevoerd, de juiste waren. Bovendien worden in het rapport gedurfde nieuwe wegen geschetst die onze blik op de hervorming van het beleid zullen verruimen.” Fabrizio Barca benadrukt: “Uit het theoretische en feitenonderzoek dat voor het rapport is verricht, blijkt dat de EU een beleid voor economische en sociale ontwikkeling nodig heeft dat op de specifieke behoeften van zeer diverse gebieden is afgestemd. Het moet de kansen vergroten en oplossingen bieden voor de moeilijkheden die EU-burgers ondervinden als gevolg van de eenwording van de markten. Met geavanceerde methoden, een resultaatgerichte aanpak en modern bestuur op meer lagen kan een hervormd cohesiebeleid deze doelen bereiken.” De aanbevelingen in het rapport berusten op tien “pijlers”: 1: Concentreren op hoofdprioriteiten Volgens dr. Barca moet de EU zo’n 65% van haar financiering inzetten voor drie of vier hoofdprioriteiten. Het precieze aandeel moet volgens hem per lidstaat en per regio verschillen, afhankelijk van de behoeften en strategieën. De criteria voor de toewijzing van de middelen kunnen in grote lijnen onveranderd blijven (op basis van het bbp per hoofd van de bevolking). Een of twee hoofdprioriteiten moeten betrekking hebben op sociale integratie, zodat een “gebiedsgebonden sociale agenda” kan worden ontwikkeld.2: Een nieuw strategisch kader De strategische dialoog tussen de Commissie en de lidstaten (of in sommige gevallen regio’s) moet worden verbeterd en moet berusten op een Europees kader voor strategische ontwikkeling met vastomlijnde beginselen, indicatoren en doelstellingen voor de beoordeling van de prestaties. 3: Een nieuw soort contractuele relatie, implementatie en rapportage De Commissie en de lidstaten moeten een nieuw soort contract ontwikkelen (een contract inzake nationale strategische ontwikkeling), gebaseerd op prestaties en controleerbare toezeggingen. 4: Krachtiger bestuur voor hoofdprioriteiten De Commissie moet een reeks voorwaarden vaststellen waaraan nationale instanties bij de toekenning van middelen voor specifieke prioriteiten gebonden zijn en moet meten in hoeverre de doelen gehaald worden. 5: Bevordering van aanvullende, innovatieve en flexibele uitgaven De Commissie moet het “additionaliteitsbeginsel”, dat waarborgt dat de lidstaten hun nationale uitgaven niet vervangen door EU-uitgaven, versterken door een direct verband met het stabiliteits- en groeipact te leggen. Contractueel moet worden vastgelegd dat de maatregelen innovatief moeten zijn en een toegevoegde waarde moeten hebben. 6: Bevordering van experimenten en mobilisatie van lokale krachtenDe Commissie en de lidstaten moeten experimenten aanmoedigen en enerzijds meer prikkels bieden voor lokale betrokkenheid bij het beleid, maar tegelijkertijd wel voorkomen dat het beleid door belangengroepen wordt “gekaapt”. 7: Bevordering van het leerproces: naar een beoordeling van de verwachte effecten Als het ontwerp en de toepassing van de methoden voor het inschatten van de situatie die ontstaat bij niet-ingrijpen worden verbeterd, kan beter worden beoordeeld welke oplossing in een bepaalde situatie werkt, wat een matigend effect kan hebben bij het opzetten van acties. 8: Versterking van de rol van de Commissie als expertisecentrum De Commissie moet meer gespecialiseerde expertise in huis krijgen en de coördinatie tussen de verschillende directoraten-generaal moet worden verbeterd om in te spelen op de grotere rol en beslissingsbevoegdheid van de Commissie in het beleid. Dit vergt aanzienlijke investeringen in personeel en organisatorische veranderingen. 9: Aanpak van financieel beheer en controle Het beheer van de structuurfondsen moet efficiënter worden gemaakt door de lopende vereenvoudigingsagenda uit te voeren en andere middelen te overwegen om de kosten en lasten voor de Commissie, de lidstaten en de begunstigden te beperken. 10: Versterking van het politieke systeem van machtsevenwicht op hoog niveau Door een formele raad voor het cohesiebeleid op te richten, moet het systeem van machtsevenwicht tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad worden versterkt. Er moet een permanent debat over de inhoud, de resultaten en de effecten van het cohesiebeleid op gang worden gebracht. Het volledige rapport en alle achtergronddocumenten zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/regional_policy/policy/future/barca_en.htm