IP/09/1816 Brussel, 25 november 2009 Onderwijshervorming in de EU: veel bereikt, maar nog veel te doen Ondanks een algemene verbetering van de onderwijs- en opleidingsresultaten in de EU, is de vooruitgang te traag zodat de meeste hervormingsdoelstellingen voor 2010 niet gehaald zullen worden. De economische recessie onderstreept hoe dringend noodzakelijk hervormingen en aanhoudende gerichte investeringen in de onderwijs- en opleidingsstelsels zijn om het hoofd te bieden aan de belangrijkste economische en sociale uitdagingen. Dat zijn de voornaamste conclusies van twee vandaag door de Europese Commissie gepresenteerde verslagen over de vorderingen met de onderwijshervormingen en de Europese samenwerking. Maroš Šefčovič , Europees commissaris voor Onderwijs, opleiding, cultuur en jeugd, verklaarde: “ De onderwijshervormingen in de EU zijn al goed op streek maar we moeten de vaart er wel in houden. We moeten vooral meer en beter in onderwijs en opleiding investeren zodat de Europeanen meer kans hebben om werk te vinden en zodat wij op de lange termijn ons innovatievermogen kunnen vergroten. ” 1. Verslag van de Commissie over de vorderingen met de Lissabondoelstellingen op onderwijs- en opleidingsgebied – Indicatoren en benchmarks 2009 Dit jaarverslag analyseert de vorderingen van de lidstaten met vijf belangrijke benchmarks op onderwijs- en opleidingsgebied voor 2010. Ofschoon vooruitgang werd geboekt, zullen vier van de vijf benchmarks waarschijnlijk niet gehaald worden. Alleen de benchmark die gericht was op vergroting van het aantal afgestudeerden in wiskunde, exacte wetenschappen en technologie werd gehaald. Drie benchmarks werden ondanks de geboekte vooruitgang niet gehaald: participatie van volwassenen in een leven lang leren, terugdringing van het percentage voortijdige schoolverlaters en vergroting van het aantal jongeren met een diploma hoger secundair onderwijs. Voor één benchmark is de situatie sinds 2000 zelfs verslechterd: de leesvaardigheid van 15-jarigen. Positief is dat het aantal zeer jonge kinderen in het onderwijs gestegen is, evenals de totale participatie aan initieel onderwijs en de opleidingsniveaus van de EU-burgers in het algemeen. Het aantal volwassenen in de werkende leeftijd (25-64 jaar) met een laag opleidingsniveau is sinds 2000 met meer dan een miljoen per jaar gedaald. Niettemin zijn dat er nog steeds 77 miljoen (bijna 30% van de totale EU-bevolking). Andere terreinen waarop vooruitgang is geboekt zijn het talenonderwijs op school en de mobiliteit van studenten in het tertiair onderwijs, die sinds 2000 met meer dan de helft is toegenomen. 2. Ontwerp voor het gezamenlijke voortgangsverslag 2010 over de uitvoering van het werkprogramma “Onderwijs en opleiding 2010” Dit tweejaarlijkse verslag, dat is gebaseerd op nationale bijdragen en dat door de Raad Onderwijs en de Commissie gezamenlijk wordt goedgekeurd, beoordeelt de algemene vooruitgang en stelt prioriteiten vast voor de toekomstige samenwerking op onderwijs- en opleidingsgebied. Dit jaar staat de ontwikkeling van sleutelcompetenties op alle onderwijs- en opleidingsniveaus centraal. De belangrijkste bevindingen zijn: Veel landen gebruiken het Europees kader voor sleutelcompetenties als referentiepunt voor hun onderwijshervormingen. Hoewel goede vooruitgang is geboekt bij de aanpassing van schoolcurricula, blijft er nog veel te doen bij de ondersteuning van de ontwikkeling van de competenties van leraren, de actualisering van beoordelingsmethoden en de invoering van nieuwe methoden voor de organisatie van het leren. De grootste uitdaging is ervoor te zorgen dat innovatieve methoden aan alle lerenden ten goede komen, ook aan de kansarmen en degenen in het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding, de volwasseneneducatie en het hoger onderwijs. Andere uitdagingen zijn: een leven lang leren, meer mobiliteit, onderwijs en opleiding die meer openstaan voor en aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt en de samenleving. Speciale aandacht dient uit te gaan naar de oprichting van partnerschappen tussen de onderwijs- en arbeidswereld. Op alle onderwijsniveaus zijn de investeringen per student sinds 2000 gestegen. De groei van de uitgaven per student in het tertiair onderwijs verliep echter trager dan elders. De lidstaten van de EU zouden gemiddeld ruim 10 000 euro meer per student per jaar in hoger onderwijs moeten investeren om het niveau van de VS te halen (bijna 200 miljard euro meer per jaar). Het verschil wordt voornamelijk verklaard door de particuliere investeringen in hogeronderwijsinstellingen in de VS. En nu? Het gezamenlijk verslag zal op 26 november 2009 worden voorgelegd aan de Raad Onderwijs met het oog op de formele goedkeuring ervan door de Raad Onderwijs in februari 2010. De kernboodschappen zullen als input dienen voor het debat over de toekomstige EU-strategie voor groei en werkgelegenheid tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2010 . Voor meer informatie: MEMO/09/520 : Veel gestelde vragen: Verslaglegging over de vorderingen met de uitvoering van het werkprogramma “Onderwijs en opleiding 2010” Europese Commissie: Vorderingen met de Lissabondoelstellingen op onderwijs- en opleidingsgebied – Indicatoren en benchmarks, verslag 2009: http://ec.europa.eu/education/lifelong-learning-policy/doc1951_en.htm Gezamenlijk voortgangsverslag van de Raad en de Commissie over de uitvoering van het werkprogramma “Onderwijs en opleiding 2010” http://ec.europa.eu/education/lifelong-learning-policy/doc1532_en.htm Brochure: Vijf onderwijsbenchmarks voor Europa [met landspecifieke gegevens]: http://ec.europa.eu/education/lifelong-learning-policy/doc/benchmarks_en.pdf Europese Commissie: Europese strategie en samenwerking op onderwijs- en opleidingsgebied: http://ec.europa.eu/education/lifelong-learning-policy/doc28_en.htm